Rubriek: In beweging voor lokale energie
De energietransitie krijgt vorm in dorpen, wijken en steden, waar energiecoöperaties samen met bewoners bouwen aan een duurzamer energiesysteem. Met deze interviewreeks geeft FLINCK deelnemers aan haar trainingen en bijeenkomsten een podium – bestuurders, doeners en denkers die zich inzetten voor hun coöperatie en omgeving. Wat drijft hen, waar lopen ze tegenaan en wat zien zij veranderen? Zij zetten de energietransitie lokaal in beweging en laten zien wat er speelt.
We trappen af met Wim Hafkamp. Over keuzes maken, samenwerken en de veranderende rol van energiecoöperaties.
Van opwekken naar gebruiken
Interview met Wim Hafkamp, Bestuurslid Energiecoöperatie Doe Eens Watt gemeente Oude IJsselstreek.
Voor Wim Hafkamp zijn de trainingen van FLINCK geen theoretische exercitie. “Je leert er vooral hoe je als coöperatie de juiste keuzes maakt en waar je het verschil kunt maken.”
De coöperatie telt ongeveer vijftig leden en heeft momenteel één concreet opwekproject: een zonnedak. Tegelijk kijkt het bestuur voortdurend naar nieuwe kansen voor lokale energie. Juist daarom besloot Wim deel te nemen aan verschillende trainingen binnen het programma van FLINCK.

Wanneer je beter níet kunt instappen
In het eerste leerjaar van FLINCK volgde Wim de training Windenergie voor bestuurders. De aanleiding was een grootschalig windproject in zijn regio, met turbines met een tiphoogte van ongeveer 292 meter, een serieuze kans én uitdaging. Inwoners reageerden kritisch op de plannen. Voor de energiecoöperatie leek een rol mogelijk.
“Wij zijn vóór de energietransitie,” zegt Wim, “maar wel met draagvlak van inwoners. Als je bewoners mee kunt krijgen, doen we graag mee.”
Tijdens de training werd echter duidelijk dat de uitgangspositie voor een kleine coöperatie bij een project als dit lastig kan zijn. Twee grote marktpartijen waren al betrokken en er lagen contracten met grondeigenaren. Veel posities waren daarmee feitelijk al bepaald. De belangrijkste les: eerst het speelveld goed begrijpen. “Als je geen goed inzicht hebt in de afspraken, maar wel risico draagt, moet je je afvragen of je eraan moet beginnen.” Verder bleek ook dat het zo maar meer dan zeven jaar kan duren voordat duidelijk is dat een windpark daadwerkelijk gebouwd kan worden (financial close). Je moet er dus echt lange adem voor hebben.
Die conclusie nam Wim mee terug naar het bestuur. Voor nu heeft de coöperatie besloten niet actief in het project te stappen. Mocht het project later opnieuw kansen bieden – bijvoorbeeld na een financiële afronding – dan kunnen ze de situatie opnieuw beoordelen.
Van energie opwekken naar energie gebruiken
In het tweede leerjaar volgde Wim de training Lokaal energie delen. Die keuze kwam opnieuw voort uit de praktijk. Nadat het zonnedakproject operationeel werd, bleek dat het project wel energie opleverde, maar financieel minder gunstig uitpakte dan gehoopt. Dat leidde tot een nieuwe vraag: hoe kunnen we onze zonnestroom slimmer gebruiken?
Naar aanleiding van die vraag startte de coöperatie het project ‘Slim met Zon’. In dat project gingen 24 deelnemers samen met experts aan de slag met hun eigen stroomverbruik. Op basis van de inzichten uit dat traject ontwikkelde Wim een praktisch hulpmiddel: de Slim met Zon-kubus. De kubus helpt bewoners om op een toegankelijke manier na te denken over hun energiegebruik en hoe zij zonnestroom slimmer kunnen benutten. De resultaten van het project worden gepresenteerd tijdens het ‘Slim met Zondag’ op 14 juli in Ulft. Bezoekers kunnen de kubus daar zelf ervaren, krijgen er één mee naar huis, samen met een handreiking.
Een nieuwe rol voor energiecoöperaties
De training Energie delen bracht Wim ook tot een breder inzicht. Volgens hem bevinden energiecoöperaties zich in een overgangsfase.
Veel coöperaties zijn nu vooral gericht op energie produceren: zonneprojecten of windmolens ontwikkelen. Maar de volgende fase zal volgens hem meer draaien om energie gebruiken en organiseren. Daarbij ziet hij ook een verschuiving in de rol van energiecoöperaties. “We gaan van een coöperatie met leden naar een coöperatie voor bewoners.”
Gemeenten hebben klimaat- en energiedoelen, maar inwoners ervaren die plannen vaak anders. Een lokale energiecoöperatie kan daarin een onafhankelijke partner zijn: lokaal geworteld en gericht op de belangen van bewoners. Volgens Wim kan dat zelfs betekenen dat coöperaties niet alleen bewoners ondersteunen, maar ook lokale organisaties en bedrijven. Denk aan scholen, zwembaden, zorginstellingen of ziekenhuizen. Zij gebruiken energie op andere momenten van de dag en kunnen zo bijdragen aan een robuuster lokaal energiesysteem. Daarmee verschuift de focus: niet alleen betaalbare energie, maar ook een veerkrachtig lokaal energiesysteem dat inwoners en lokale voorzieningen versterkt.
Leren van elkaar
Wat Wim waardeert aan de trainingen is dat je andere energiecoöperaties, experts en deskundigen leert kennen. Daardoor ontstaat een netwerk waarin mensen elkaar ook later makkelijker weten te vinden. Volgens hem is die uitwisseling van kennis en ervaringen belangrijk voor energiecoöperaties. Niet alleen om projecten te realiseren, maar ook om beter te begrijpen welke rol zij lokaal kunnen spelen en welke keuzes daarbij horen.
Interview met Wim Hafkamp, Bestuurslid Energiecoöperatie Doe Eens Watt gemeente Oude IJsselstreek. Interviewer Laura de Ridder, communicatie FLINCK.
